Langere tijd uit het arbeidsproces.

Wat klopt  hier niet?

Twee mannen in dienst bij hetzelfde bedrijf. Voor het gemak noem ik  ze Jan en Piet.

Per 1 januari gaat Jan met zijn partner de lang voorbereide wereldreis maken. Ze hebben er jaren voor gespaard en naar uit gekeken. Familie zwaait hen uit op Schiphol. Via China, Indonesië, Japan gaat de reis naar Australië en Nieuw Zeeland. Dan een tussenstop op Hawaii, door naar Zuid-Amerika en tenslotte uitkomend in Noord-Amerika. Kerken en tempels, cultuur, aparte gerechten, snorkelen, para-gliding, walvissen, tropische regenwouden, zoutvlaktes, watervallen, lama’s, casino’s en wolkenkrabbers. Je kan het zo gek niet bedenken. Jan heeft de tijd van zijn leven. In december keert hij moe maar voldaan terug naar zijn vaderland. Op 1 januari start hij weer bij zijn werkgever. Zijn oude functie bestaat inmiddels niet meer maar ook in zijn nieuwe functie is hij snel gewend. Naar een paar weken lijkt het wel of hij nooit is weggeweest.

Wereldreis

Wereldreis

Op 1 januari wordt Piet boventallig verklaard. In december ervoor krijgt hij van zijn leidinggevende het slechte nieuws te horen. Het heeft niets te maken met zijn functioneren. Integendeel, men is altijd zeer te spreken geweest over zijn functioneren. Maar een belangrijke klant heeft gekozen voor de concurrent dus er moeten mensen uit.
Piet doet de eerste weken rustig aan. Een paar achterstallige klusjes in huis en ook maar eens zijn oldtimer een goede beurt geven. Na een kleine maand begint het toch wat te kriebelen. De eerste sollicitatiebrieven kosten nog aardig wat tijd en inspanning maar naar verloop van tijd krijgt hij er behoorlijk routine in. Het incasseren van afwijzingen blijkt minder gemakkelijk. Het is elke keer weer een klap voor zijn kop. Vooral als de onderbouwing erg vaag is zoals “past niet in ons profiel”  en “…gezien onze teamsamenstelling.”  Piet houdt zijn vakliteratuur goed bij, plant regelmatig koffieafspraken met mensen uit zijn netwerk en doet nog een cursus “leidinggeven anno 2015”.  Om structuur in de week te houden doet hij vrijwilligerswerk in het buurthuis om de hoek.
Na een jaar krijgt hij van de medewerker van het UWV* te horen dat voor iemand zoals hij die zo lang uit het arbeidsproces is geweest, de aansluiting op diezelfde arbeidsmarkt een stuk moeilijker zal zijn.

Twee mensen die om verschillende redenen een jaar niet werkzaam zijn in een betaalde baan. De ene keert geruisloos terug; de andere wordt gezien als moeilijk inpasbaar.  Wie kan mij dit uitleggen?

*in de praktijk krijg je als WW-gerechtigde zelden iemand van het UWV face-to-face te spreken.